zondag 21 augustus 2016

10 dingen die ik leerde van - mijn kinderen

In het rijtje '5 dingen die ik leerde van...' naar een idee van Lena Dunham mogen -naast mijn vake en mijn moeke- toch zeker mijn kinders niet ontbreken.
De waarheid komt uit een kindermond en niet alle manieren die ze hebben, hebben ze van mij geleerd...

Schenk uzelf een theetje in en lees vooral verder...

- Als je lang genoeg weinig slaapt, heb je plots minder slaap nodig.
Dat diegene die mij eens drie dagen lang 9 uur kan laten slapen zich maar eens meldt. Serieus, hoe lang is dat geleden??? Vroeger sliep ik al eens de klok rond, de voorbije elf jaar kwam ik mijn innerlijke vijand al eens tegen toen ik ergens tussen twee en vijf optjoolde met een bleiter. Geloof me: als je drie jaar na elkaar geen enkele nacht door kunt slapen, ga je in een nieuwe, ongekende modus. Die van de vieze prume.
Aan al wie mij ergens tussen 2007 en 2012 courage wenste en bleef zeggen dat het op een dag zou beteren: nog eens sorry dat ik je in je gezicht uitlachte. Ik geloofde je niet. Maar hé, je hebt gelijk gekregen! Ik lach al een poosje weer en ik slaap al eens een nachtje door. Al duren die nachten nu wel wat korter. Vroege vogels, Los Demettos.

- De beste pizza's zijn die van de Aldi.
Het zijn geen fijnproevers, mijn kinders.

- De dingen komen niet altijd zoals je ze gepland had.
Neem nu hun Blijde Intrede. De eerste kwam meer dan een maand te vroeg, de tweede lag bij 5,5 maanden zwangerschap al met zijn hoofd omhoog, klaar om er een trimester vroeger uit te kruipen, en de derde draaide zich in de laatste week nog zes (6!) keer.
Er zit daar dus absoluut geen systeem in. Al van voor hun geboorte was duidelijk dat niemand -ik herhaal: niemand - hier  de geplande paden zou bewandelen. (Dat onze moeder zich op die bevalling zal kunnen voorbereiden, zeker? No way! Zich aanpassen zal ze! Wij doen onze zin. )

Ik was dus ofwel:

  • niet klaar met mijn valies, doopsuiker, kaartje, park, wieg, buggy en al de rest van de husselbussel
  • al klaar aan zes maanden omdat er daar naar mijn gevoel elk moment een voetje uit zou klimmen
  • elke morgen gestresseerd om monsieur te voelen stampen, liefst tegen mijn ribben en niet op mijn blaas. Check.

Sinds ze alledrie zelfstandig ademen kan ik niet echt zeggen dat er veel beteringe is. Ik mag nog zo goed voorbereid zijn, er is al-tijd wel iets . Overgeef, een bloedneus of een opkomend worstelgevecht. Een omgevallen fruitsapje. Een halve rol papier in de wc.
Altijd. Net. Voor. We. Moeten. Vertrekken.

Lesje: Planning is alles. En planning is niets.

- Regels zijn regels. Altijd. Of toch soms.
Had je mij 11 jaar geleden gezegd dat ik de meest inconsequente moeder van Vlamertinge zou worden, ik had eens hard gelachen, want A: ik was altijd een mens van principes :geen vlees, geen rook, geen alcohol, geen Coca Cola Company.  En B: ik wist dat Vlamertinge bij Poperinge lag, maar verder reikte mijn interesse niet.
Regels, dus, en de pogingen om daar een systeem in te steken.
Ik probeer het vaak en met de regelmaat van de klok wil het al eens lukken. Geen koeken voor tv. Jassen aan de kapstok hangen. In je bed blijven liggen tot 7 uur (Echt. Zeven. Geen acht, hé!) Schermtijd beperken. Gamen op woensdag en in 't weekend.
Het lukt, tot ik plots in gedachten verzonken toetsen aan 't maken of verbeteren ben. Als ik net lekker in de zetel lig met mijn boek of voor een weekendnoenetuksje. Als ik lig te zonnen of in de tuin aan 't prutsen ben.   Dan is het plots zo stil... want ze weten: "Ze is ons vergeten en als we nu zwijgen kunnen we nog wel een poos verder..."
En ik knijp mijn oogje dicht en geniet van de stilte.
Leve de Wii.

- Batterijen zijn des duivels.
En ze zitten in 9 van de 10 gevallen niet bij het speelgoed! Hoe bedrogen kan je eigenlijk uitkomen? Mochten batterijen plots bij wet verboden worden, het aantal kinderdepressies zou exponentieel stijgen. (Nu ik er zo over nadenk, zouden ze misschien toch beter blijven bestaan. Bon. )

- Alles valt of staat met het weer.
U wil het niet meemaken: een krokusvakantie zoals we die de laatste keer meemaakten. Het begon op vrijdagavond 16 uur te gieten en het hield niet meer op tot de schoolbel op maandag om 9 uur rinkelde. Non-stop nat.
U wil het nog minder meemaken: drie kinders die het binnen helemaal gehad hadden. De winter duurde al 3 maanden, de gezelschapsspellen waren  uitgespeeld en niets kon hen nog boeien, behalve de tv. (En ik wilde die voor mij, zodus...)
U wil het allerminst meemaken: een binnenspeeltuin of het zwembad op zo'n dag. Lawaai! Geroep! Getier! Gekrijs! Wilde kinders! Ik herhaal: u wil het niet.
Of ik dan oplossingen heb, hoor ik u vragen.
Ja!
De Ikea, en je kan ze lokken met köttbullar en frieten. En met softijs als ze ook op de benedenverdieping hun manieren houden.
De zee, want daar is het -nie gezeverd- meestal beter weer dan hier.
De bibliotheek, voor de volle acht minuten.
Of met een nieuwe Legodoos, nieuwe blokjes en figuurtjes en ze zijn weer zoet.
Heel soms werkt het.

- Speelkleren zijn een must.
Ik weet het, ik verlies mij soms al eens in de aankoop van kleren voor Het Nest, gewoon omdat die in de winkel zo in mijn gezicht liggen te lachen en ik me nogal snel gehypnotiseerd voel. Komt ook een beetje omdat ik graag in tenues koop, zodat de combinatie al eens wat makkelijker verloopt.
Het budget raakt op omdat ik veel stuks koop, eerder dan omdat ik dure stuks koop. En dat is nodig, want er worden hier nogal wat broeken versleten, vooral bij het buiten spelen.
Hoera, dus, voor speelkleren!
En met het verstrijken der jaren ben ik op het lumineuze idee gekomen dat je gewone kleren en speelkleren ook gewoon zou kunnen combineren, zodat ze met alle kleren die ze dragen ook op 't gemak kunnen spelen. (Dat spelen mag je ruim nemen: ook soep drinken, een donut eten, wormen vangen, een boswandeling maken vallen daaronder.) Ik ben dus gestopt met het kopen van witte bovenstukken, witte onderstukken, lichtblauwe truien, fijngebreide gilets, kleedjes met parels en lintjes en al wat kan scheuren als je er nog maar naar kijkt.
Hoera voor mijn portemonnee. Dat ook.

- Het leven is geen wedstrijd.
En al zeker opgroeien niet. Met de vraag 'Kan hij/zij al...?' en 'Vanaf welke leeftijd...?' moet je bij mij niet afkomen. Het komt als het komt. En soms komt het niet. En dan moet je je daarbij neerleggen en alternatieven zoeken. Die zijn er altijd, als je een beetje creatief bent.
En als een ander kind nu sneller kan hollen, verder kan springen, mooier kan dansen of beter kan tellen, is dat goed voor hem. Maar het doet er au fond helemaal niet toe.

- Als het hier in huis té stil is, is het niet goed.
Dan zijn ze aan 't fikkelen. Aan 't knoeien. Aan 't prutsen. Aan 't giechelen.
En je mag er donder op zeggen dat het eindigt in geruzie en gemopper. Want iemand moet het toch altijd weer verklappen, stuk maken of verknallen. Altijd.

- Het is niet omdat je kinders krijgt, dat je leven stopt.
Ik geloof dat de voorbije elf jaren een zoektocht naar een evenwicht waren. Omdat ik zo'n jong ding was bij de geboorte van mijn meisje, heb ik nog lang de drang gevoeld om los te breken, eropuit te trekken, de dingen de dingen te laten en op stap te gaan. Vaak zonder kinders. En zonder man.
 Toen ik op mijn dertigste een mum-of-three was, was de ergste storm gaan liggen en ik merk de laatste jaren dat ik steeds meer en vaker plezier vind in gewoon thuis zitten, met Drakenjager en Het Nest. Soep maken. Pizza's beleggen. De was plooien. (Ik zei niet: strijken.)  Krantje lezen. Samen een film bekijken. Thuis zijn.

En wat was de bedoeling van al dat kinders krijgen ook alweer?
Thuis zijn.
De cirkel is rond!



1 opmerking:

Jouw reactie hieronder? GRAAG!