zaterdag 21 februari 2015

Wijs -wijzer -Luc

13 jaar. Zo lang is het geleden sinds ik de poort van de KHBO achter me dichttrok, op zoek naar werk in de entertainmentindustrie die wij voor het gemak 'het onderwijs' noemen.

Ik kan u zeggen, van didactiek had ik in de normaalschool niet veel opgestoken...tijdens mijn eerste drie jaren in het VTI leerde ik leeuwen te temmen. Een keiharde leerschool was het, een beetje springen in het diepe en hopen dat je niet door de g/wolven opgeslokt wordt. Maar ik kwam boven en kijk nog altijd met een brede glimlach terug naar die survival-of-the-fittestperiode.

De KHBO, dus, daar was ik dit verhaal mee begonnen, of ondertussen ook al geĆ«indigd. U gelooft het misschien niet echt meer, maar ik was een brave studente. Eerste zit, goeie planner, gefocust en hypernerveus, zeker in januari en juni. Falen was geen optie. En didactiek zat er dus niet echt in, maar geschiedenis van de prehistorie tot nu des te meer. Handgeschreven cursus, je moest dus echt wel in de les zijn. Ik was er ook, en met mij zo goed als iedereen. Dat de docent zich Hugh Grantgewijs  door de historie worstelde, klungelig en ietwat verlegen, zal zeker ook mijn motivatie verhoogd hebben...

Ook Nederlandse didactiek heb ik via trial and error moeten ondervinden, maar nooit, ik herhaal: nooit heb ik me meer als een spons gedragen dan in de lessen literatuurstudie. Geen Hugh Grant daar, om mij te lokken en vast te houden... Wel een wijze, grijze, innemende, rechtlijnige en erg belezen docent, die met een voor zijn leeftijd uitzonderlijke gedreven-en begeesterdheid door de Nederlandse literatuurgeschiedenis wandelde... gedichten uit het hoofd voordragend, anekdotes uit het dichterlijke leven rondstrooiend,  met een kennis alsof hij ze allemaal persoonlijk had gekend. (Dat had hij ook, bleek zo vaak, toen hij ons verblindde met hun handgeschreven brieven aan zijn adres. Hij hield hen te vriend.) Kwistig strooide hij rond met citaten, levenslessen, wijsheden die hij bevestigde of ontkende, steeds onderbouwd met anekdotes uit het eigen of andermans leven. Van Gezelle via Willem Frederick Hermans over Jan Van Nijlen, Maria Vasalis en Ida Gerhardt tot Multatuli. Een stoet aan manieren om in het leven te staan, afgaand op hun gedichten en proza.
O, wat heb ik veel van hem geleerd. Wat een innemend figuur ook...

De voorbije dertien jaar dacht ik af en toe eens aan hem terug. Bij elke lay-out van een werkblaadje. Bij elk citaat. Bij het zoeken naar geschikte illustraties voor in de les, bij het redigeren van scripties, bij zo goed als elke spelfout en elk literair vers. Bij ontbrekende bronvermeldingen, zinnen waar wat aan haperde en tenenkrullende constructies (niet alleen van leerlingen...) Ik geef het toe... zijn kritische blik keek de voorbije dertien jaar geregeld over mijn schouder mee, als een soort kwaliteitschecker. "Wat zou Luc hierover zeggen?" De vraag was vaak erg retorisch...

Gisteren gingen we bij Luc op de koffie. Hij was geen haar veranderd. Zijn charisma vulde de tuin zodra hij de deur openzwaaide en ons met keurende blik begroette. Tussen (tien) duizenden boeken aten we pannenkoeken en proefden we weer van het leven zoals het is.  Hij luisterde en gaf raad, hij sprak en we hingen aan zijn lippen. Bij elke anekdote dook hij in zijn archief, diepte blaadjes op waar hij iets op gekribbeld had, borg ze netjes weer op. Hij viste artikelen op tussen zijn boeken, die thematisch of qua auteur, kleur of sfeer of gewoon in zijn hoofd samen hoorden. Hij droeg uit het hoofd vijfstrofige gedichten voor. Hij straalde.

We namen afscheid, beloofden om terug te komen.

Ik kijk er nu al heel hard naar uit, maar dat had u vast al door.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Jouw reactie hieronder? GRAAG!